Publication details

Ruim twee eeuwen, van 1639 tot 1854, zijn de Nederlanders de enige Europeanen die welkom zijn in Japan. Vanaf 1641 verblijven onze handelslustige landgenoten gedwongen op het kunstmatige eilandje Dejima in de baai van Nagasaki. Daar worden ze geïsoleerd en dag en nacht in de gaten gehouden. Dit essay neemt die isolatie en controle onder de loep, teneinde nieuwe inzichten te verkrijgen in de Nederlandse aanwezigheid op Dejima en de historische relatie tussen Nederland en Japan.

“Van de Europeanen mogen alleen de Nederlanders handel met hen voeren, maar onder zulke strenge voorwaarden dat de Nederlanders, in Japan, meer lijken op gevangenen dan vrije mannen die handel drijven met een bevriende natie”. Zo schreef de Russische navigator en viceadmiraal Vasily Mikhailovich Golovnin in 1819 over het verblijf van de Nederlanders in het Japan van de Tokugawa heersers. Hij was niet de enige die er zo over dacht. De Duitse geleerde Engelbert Kaempfer, tussen 1690 en 1692 twee jaar op Dejima als geneesheer, sprak van “de Nederlandse gevangenis in Japan”, en meende dat de Nederlanders in Japan werden behandeld als “Verraaders en bekende Vyanden van het Land”.

Menig Nederlander spreekt van ‘de Nederlandse gevangenis in Japan’. Een enkeling gaat zelfs zo ver door te stellen dat de Nederlanders in Japan worden behandeld als ‘Verraaders en bekende Vyanden van het Land’

Toch brachten de Nederlanders namens de Vereenigde Oostindische Compagnie (V.O.C.) ruim twee eeuwen (1641-1854) in isolatie door op Dejima, het kunstmatig gecreëerde eilandje in de baai van Nagasaki. In deze periode mochten alleen de Nederlanders van alle Europese zeevarende mogendheden naar Japan komen om handel te drijven en kennis te delen. Hoewel Japan en Nederland officieel vriendelijke (handels-)relaties onderhielden sinds 1609, gingen de bewoners van Dejima gebukt onder voortdurende controles en toezicht.

De baai van Nagasaki door Kawahara Keiga, circa 1800-1850. Links is het sikkelvormige Dejima te zien. Op de voorgrond zien we een deel van de stad Nagasaki.
De baai van Nagasaki door Kawahara Keiga, circa 1800-1850. Links is het sikkelvormige Dejima te zien. Op de voorgrond zien we een deel van de stad Nagasaki.

Het eilandje Dejima, ruim tweehonderd jaar de ontmoetingsplaats voor Oost en West en hét symbool van de historische band tussen Nederland en Japan, neemt een bijzondere plek in de vaderlandse geschiedenis. Het eilandje vormde een dubbelzijdig venster, waarin de Nederlanders een glimp van Japan zagen en de Japanners op hun beurt via de Nederlanders meekregen wat er in de rest van de wereld gebeurde.

Dejima vormde een dubbelzijdig venster, waarin de Nederlanders een glimp van Japan zagen en de Japanners op hun beurt via de Nederlanders meekregen wat er in de rest van de wereld gebeurde

Er is door de eeuwen heen heel wat geschreven over Dejima, zowel door landgenoten en andere Europeanen die op Dejima bivakkeerden als door historici in onze moderne tijd. Een minder of nauwelijks belicht aspect is dat van misdaad en strafrecht, en in bredere zin de isolatie, controle en het toezicht waaronder de Nederlanders tussen 1641 en 1854 vielen. Met het doel om nieuwe inzichten te verkrijgen in de ruim tweehonderd jaar op Dejima en de historische relatie tussen Nederland en Japan, kijkt dit essay vanuit het perspectief van misdaad en strafrecht naar de contacten tussen Nederland en Japan van de vroege zeventiende tot en met negentiende eeuw.

Weergave van het eilandje Dejima, met de zwaar bewaakte toegangspoort
Weergave van het eilandje Dejima, met de zwaar bewaakte toegangspoort

Aan de hand van hedendaagse beschouwingen en reisverslagen en dagboeken van handelsreizigers, geneesheren, wetenschappers en scheepskapiteins die in Japan verbleven, gaan we terug in de tijd naar Dejima en Tokugawa Japan in de zeventiende, achttiende, en negentiende eeuw. Welke wetten en regels golden er in Tokugawa Japan en op Dejima, en hoe werden deze gehandhaafd? Welke misdaden werden er gepleegd op Dejima? Hoe werden deze bestraft en wat is hieruit af te leiden over de positie van de Nederlanders in Tokugawa Japan? In hoeverre was er daadwerkelijk sprake van de Nederlandse gevangenis in Japan?

Dankzij digitaliseringsprojecten door onder meer het Rijksmuseum en de Koninklijke Bibliotheek is het essay rijk geïllustreerd met prachtig beeldmateriaal en diverse kaarten. Het PDF-bestand is daarom bij uitstek geschikt om op een groot scherm te bekijken.

Keywords: Dejima, geschiedenis, Nederland en Japan, Tokugawa, V.O.C.